De Historie van Hotel Centraal:
In de jaren 20 stond er op de
Vlietweg 130 nabij Station Leidschendam-Voorburg een landhuis.
Deze woning, bestaande uit een
entree met benedenwoning, een bovenwoning en een achterhuis, kende in die tijd
verschillende bewoners.
Voor de Tweede Wereldoorlog werd
het bovenhuis onder meer bewoond door zoon van de toenmalige Minister van Landbouw
IJselstijn.
In de Jaren '30 bezat Frans Doejaarenn
in hartje Rotterdam een Cafe annex slijterij in de Pannenkoekstraat, maar toen
de Duitsers Rotterdam bombardeerden vluchtte Doejaaren naar Voorburg alwaar hij
onderdook aan het Westeinde.
Op een mooie dag fietste hij
langs de Vliet en was direct verknocht aan het pand op de Vlietweg 130.

In september 1942 nam hij het
benedendeel over.
Doejaaren noemde zijn nieuwe horecapand
Cafe Centraal, omdat het direct grensde aan de centrale werkplaats van de Nederlandse
Spoorwegen.
Het rangeerterrein deed vroeger
tevens dienst als veilinghaven voor het in Leidschendam gelegen tuindersgebied.
In die tijd woonden er slechts
vijfhonderd mensen in Leidschendam.
Bijna dagelijks diende zich een
nieuwe vaste klanten aan.
Sinds eind jaren vijftig bracht
ook het NS personeel regelmatig een bezoek aan het cafe.
De sfeervolle avonden met het
prachtige accordeonspel van Doejaaren en ander entertainment waren een groot
succes en het leverde hen meer en meer klanten op.
Met de dood van de heer IJseselsteijn
brak voor Doejaaren een nieuw tijdperk aan.
Hij betrok het bovengedeelte
bij de zaak en verhuurde de eerste kamers aan personeel van de veiling.
Het eerste echte Leidschendamse
hotel was een feit.